Federale overheid moet zicht krijgen op haar roerend patrimonium

Door Elke Sleurs op 2 mei 2016, over deze onderwerpen: Wetenschapsbeleid

Staatssecretaris voor Wetenschapsbeleid Elke Sleurs werkt een collectiebeleid uit voor de federale wetenschappelijke instellingen. Het is belangrijk dat de federale overheid een volledig en juist beeld heeft van het roerend patrimonium dat ze in haar eigendom heeft en/of beheert. Daarom heeft staatssecretaris Sleurs opdracht gegeven om op vier assen te werken: activering van de inventarisering, opstellen van een topstukkenlijst, uitschrijven van een verwervingsbeleid en de opstart van een ontzamelingstraject. Tegen juli 2016 moet een stappenplan rond zijn.

Activatie van de inventarisering

In sommige federale wetenschappelijke instellingen is de inventaris voltooid. In andere is er nog veel werk aan de winkel en is de inventarisering nog niet ver gevorderd. Het gaat om een bijzonder groot aantal objecten. De beschikking over een sluitende inventaris is een basisvoorwaarde voor het correcte beheer van de collecties. Het is ook een middel tegen diefstal. Er moeten op korte termijn duidelijke inventarisbestanden komen met de basisgegevens van alle werken.

Opstellen van een topstukkenlijst

Volgens het Unesco 1970-verdrag is elke onderschrijvende staat verplicht om te beschikken over een lijst van belangrijke culturele eigendommen, zowel publieke als private, waarvan de export een significante verarming zou betekenen van het nationaal cultuur erfgoed. Een erkenning als topstuk houdt een bijzondere bescherming van het werk in kwestie in. Het biedt een bijkomende garantie op onvervreemdbaarheid van het kunstwerk. De Vlaamse en Franse Gemeenschap hebben deze oefening reeds uitgevoerd. Op federaal niveau bestaat echter nog geen dergelijke lijst. Naast de collecties  van de federale wetenschappelijke instellingen, die het overgrote deel van de federale collectie uitmaken, betreft het ook alle andere collecties die eigendom zijn van de federale overheid, bijvoorbeeld die van overheidsbedrijven. Voor het opstellen van deze lijst zal de bestaande expertise binnen de federale wetenschappelijke instellingen maximaal aangesproken worden.

Uitschrijven van een verwervingsbeleid

Het uitbouwen van een collectie blijft, zeker voor wat betreft de museale federale wetenschappelijke instellingen, een wettelijke opdracht. Op basis van een correcte inventaris kunnen de sterktes en zwaktes van de bestaande collecties in kaart gebracht worden. Deze analyse laat toe om een gericht verwervingsbeleid te ontwikkelen waarmee de missie van de musea in praktijk wordt omgezet. Kwaliteit primeert. Er wordt dan ook afgestapt van een verzamelbeleid dat al te vaak gericht is op accumulatie in plaats van op kwalitatieve verrijking.

Opstarten van een ontzamelingstraject

In het kader van de waardering van museale objecten en op basis van heel duidelijke regels kunnen musea bepaalde objecten of (deel)collecties afstoten omdat hun conservering binnen de instelling in kwestie geen nut meer heeft. Zo kan het bijvoorbeeld gaan over vervalsingen of waardeloze zaken, maar ook objecten of kunstwerken die absoluut niet passen in de collectie van een betreffende federale wetenschappelijke instelling. Dit ontzamelingstraject zal de verzameldynamiek activeren. De ontzameling moet doordacht gebeuren, op basis van strenge criteria en na strenge externe controle. Het is ook essentieel dat de werken die zouden worden afgestoten, eerst aan verwante publieke instellingen op het Belgische grondgebied worden aangeboden. De methodiek en de lijst van de te ontzamelen werken moet door de federale overheid, die eigenaar is van alle collecties, gevalideerd worden. Er zijn voorbeelden van goede praktijken gekend zowel in Nederland als in Vlaanderen (bijvoorbeeld museum M in Leuven).

“Ik vind het essentieel dat de federale overheid een volledig en correct beeld beeld krijgt van haar roerend patrimonium”, zegt staatssecretaris Sleurs. “Daarom wil ik op deze vier assen inzetten. Wij zullen daarbij de strengste professionele criteria op wetenschappelijk en organisatorisch vlak hanteren. We moeten komen tot een eigentijds, efficiënt en vooral kwalitatief collectiebeleid. Pas dan kan ook de verwerving zelf beter worden georganiseerd.”

Staatssecretaris voor Wetenschapsbeleid Elke Sleurs heeft hiervoor de opdracht gegeven aan de Programmatorische Overheidsdienst Wetenschapsbeleid (Belspo). Tegen juli 2016 moet een overlegd en concreet stappenplan met timing, rond zijn.
 

Hoe waardevol vond je dit artikel?

Geef hier je persoonlijke score in
De gemiddelde score is